Beoordeling

(info over digitale beoordeling)

Zowel het doorlopen proces als het opgeleverde product van een profielwerkstuk wordt beoordeeld. Daarbij word je beoordeeld op:
−    informatievaardigheden (informatie verzamelen en verwerken);
−    onderzoeksvaardigheden en/of ontwerpvaardigheden;
−    presentatievaardigheden.

Tijdens het maken van het profielwerkstuk heb je voortgangs- en beoordelingsgesprekken met de docent. Je moet zelf het initiatief nemen voor een voortgangsgesprek. Voortgangsgesprekken zijn bedoeld om tussentijdse resultaten te evalueren en indien nodig bij te sturen.
Daarnaast zijn er beoordelingsgesprekken. Aan de hand van tussenproducten zoals het plan van aanpak, het logboek, bronnen- en materialenboek, tussentijdse resultaten, het concept van een presentatie en dergelijke wordt het doorlopen proces en het eindproduct beoordeeld.

Elk beoordelingsaspect wordt met een ‘onvoldoende’, ‘voldoende’ of ‘goed’ gewaardeerd. Bij sommige beoordelingsaspecten kan de beoordelaar, wanneer er een onvoldoende op dat aspect is gegeven, een negatieve beslissing nemen. Bijvoorbeeld wanneer de onderzoeksvraag onduidelijk is, is het niet verantwoord dat je verder gaat. Je zult immers in latere instantie alsnog in de problemen komen, met alle gevolgen van dien!
Wanneer je een “nee” krijgt op een beoordelingsaspect, moet je dat onderdeel opnieuw doen, totdat het voldoende wordt beoordeeld.

Let op! Je krijgt een cijfer voor het profielwerkstuk. Dit cijfer moet 6.0 of hoger zijn. Het cijfer maakt deel uit van het zogenaamde combinatiecijfer dat op je eindlijst (examen) komt te staan.

Comments are closed.