Stap 6: Definitieve Presentatie
Illustratie Pris
Het einde in zicht. Nu alleen nog aan je definitieve presentatie werken.
Hier staat 5 uur voor.
Het profielwerkstuk kent een breed scala aan mogelijke presentatievormen:
− schriftelijke presentatie,
− mondelinge presentatie met gebruik van media,
− posterpresentatie,
− diaklankbeeld,
− het product van een ontwerpopdracht,
− een maquette,
− een modeshow,
− een toneeluitvoering,
− een audio-, video-, foto- of (multimediale) computerpresentatie en dergelijke.
Wanneer de presentatievorm anders is dan een schriftelijk verslag, dient een schriftelijke toelichting aanwezig te zijn. Deze schriftelijke toelichting wordt dan niet gezien als het profielwerkstuk zelf, maar als een deelproduct met verantwoording en technische specificatie.
Wanneer je zelf een presentatievorm mag kiezen, is vooraf goedkeuring van je docent nodig. Kies te allen tijde een presentatievorm die goed past bij de onderzoeksvraag.
(relevant?) Voor de omvang van een schriftelijk verslag geldt lang niet altijd het principe ‘hoe dikker, hoe beter’. Integendeel: in de beperking toont zich de meester. Richtlijn voor de omvang van een schriftelijk verslag voor een profielwerkstuk is 3200 tot 6000 woorden (10 tot 15 pagina’s).
Voor mondelinge presentaties zijn veel variaties te bedenken, zoals een betoog of een posterpresentatie met mondelinge toelichting.
Bij een groepspresentatie is het belangrijk dat elk lid van de groep precies weet wat hij of zij moet doen, zowel vooraf en tijdens als na de presentatie. Stem de inhoud goed op elkaar af. Weet van elkaar wat je gaat zeggen. Spreek af hoeveel spreektijd iedereen krijgt.
Oefen de presentatie met elkaar.
Mocht één van de groepsleden op de dag van de presentatie verhinderd zijn, zorg er dan voor dat de rest van de groep de presentatie alsnog kan verzorgen.
Bij een mondelinge presentatie is de zogenaamde non-verbale communicatie minstens zo belangrijk als de verbale communicatie. Het overkomen van de boodschap wordt voor het grootste deel bepaald door de manier waarop je communiceert: het publiek onthoudt maar matig wat je vertelt, maar onthoudt wel goed hoe je je beweegt, hoe je je sheets gebruikt, of je de zaal inkijkt en of je vriendelijk en enthousiast bent!